Ik had net wat spullen bij het grootvuil gebracht en liep met lege handen naar een leger huis terug. Vlak voordat ik mijn straat in wilde lopen zag ik een wat oudere man met een zware doos sjouwen. De achterbak van zijn auto stond open en hij liep naar de voordeur van zijn huis. Halverwege zette hij de zware doos op het tuinmuurtje omdat de last zichtbaar te zwaar werd. Niet omdat ik mijn jeugdigheid of kracht wil tentoonstellen maar om behulpzaam te zijn en uit nieuwsgierigheid naar de inhoud van de doos bood ik aan om even te helpen. “Zullen we dan ieder de helft nemen?”, antwoordde de man op mijn vraag en ik, die niet wist wat er in de doos zat en daarmee de kans zou krijgen om daar achter te komen, stemde daarin toe. Hij maakte de doos open en haalde 7 of 8 telefoonboeken uit en gaf ze aan mij. “Laat mij voorgaan” zei hij en liep voor mij uit de hal in en de trap op.

Bovenaan liep hij een kamertje in en ik volgde hem steunend maar gedwee. In het kamertje stond aan de langste muur een grote stellage die de hele muur besloeg. De planken waren voor driekwart gevuld met telefoonboeken, bovenaan de grote steden en daarna per regio geloof ik. In het midden van de kamer stond een oude ronde tafel met een kruk. Op de tafel lagen 3 of 4 telefoonboeken, aantekenpapier, potloden, een vergrootglas en een leeg wijnglas. “Zo, dat is een bijzondere verzameling”, sprak ik uit om maar gelijk het verhaal te horen achter deze hobby. “Ja,ja”, sprak de man, “en wat ziet u hier denkt u?” “Uhhh, tja, telefoonboeken zou ik zeggen”, zei ik tegen beter weten in want er zal wel iets achter zitten. Bewonderend naar de telefoonboeken kijkend antwoordde de man: “Drama’s mijnheer! Geschiedenislessen! Vreugde! Hoop! Historie! Statistieken! Humor! Het leven van duizenden mensen, wat zeg ik, miljoenen mensen staat hier in deze kamer. Het gaat nu allemaal verloren door het afschaffen van de telefoongidsen en zit nu verborgen in computerbestanden en databanken van ambtenaren en FBI-lui. Niet meer toegankelijk voor u en voor mij, verborgen door privacy regelgeving en hack-angst alsof de Russen hierin geïnteresseerd zouden zijn.

De heer A.F.W. ten Hopen is geboren in Appelscha, verhuisd met zijn ouders naar Dronten, daarna alleen met zijn vader in Heerlen gewoond, ja ja een paar honderd kilometer verder, wat heeft zich daar afgespeeld? Daarna tussen 1962 en 1967  heeft diezelfde A.F.W. ten Hopen op kamers gewoond op de Beukelsdijk in Rotterdam maar in 1963 kwam daar ook Mevrouw A. Jehee wonen en die had hetzelfde telefoonnummer, kijk maar, ziet u? Dus die hadden iets met elkaar! Want de eigenaresse van het huis was mevrouw W. den Dungen, kijk maar, hier bij de D, hetzelfde adres maar zij woonde daar al sinds 1947. Kijk, wilt u dat boek linksboven van Rotterdam even pakken? Nee, die van 47, ja die. Kijk, weer bij de D maar een ander telefoonnummer. Maar in 62, hier staat het, had ze hetzelfde nummer als in 47, dus…”.

Het viel me op dat de man af en toe spuugde als hij zo geestdriftig aan het praten was. “Dus zij was de huisbazin en die Ten Hopen en Jehee deelden 1 telefoonnummer met elkaar. En in 1967 is Ten Hopen verhuisd naar Den Haag met die juffrouw Jehee maar die staat niet meer in het boek dus ze zijn getrouwd, godbetert, en ze is haar eigen naam kwijtgeraakt! Zo ging dat mijnheer, zo ging dat! En dit is nog maar het verhaal van 3 mensen maar door deze verzameling kan ik de geschiedenis van duizenden, neen, miljoenen mensen napluizen. En wie de geschiedenis kent, kent….ja? de toekomst!!

Sinds het afschaffen van de gids haal ik overal de oude gidsen op. Ik verzamel ze wel al 20 jaar maar nu heb ik haast want men gooit die boeken zomaar weg. Ik zag laatst een advertentie dat een bedrijf die boeken wil hebben om weg te brengen naar het oud papier afval. De opbrengsten zouden naar een goed doel gaan. Een goed doel! Tegenwoordig gaat alles naar goede doelen!” Hij praat en spuugt harder. “Nepfilantropen zijn het!” Ik deins een beetje terug. “Hoe heet u eigenlijk en waar woonde uw vader?” vroeg de man meer dwingend dan vragend. “De Haas, Den Haag”, zei ik maar ik had er gelijk spijt van want wie weet wat hij boven water zou halen dat ik nog niet wist. De man keek mij strak aan en zei even niets meer, zijn mondhoeken iets naar beneden, dreigend. Ik wilde weg. De man draaide zich om en pakte het telefoonboek ’s Gravenhage 1957. Mijn geboortejaar. Ik wilde weg. “Voorletters?” Gebiedend bijna….. “J punt A punt”. Weer spijt…… Hij maakte zijn vinger nat en bladerde woest door de dunne pagina’s van ’s Gravenhage 1957. “Geen J.A., wel een gewone J.” kwam hij tot de conclusie. “Dat was zijn vader”, zei ik, “hij woonde toen bij zijn schoonmoeder in”. Voordat de man geïrriteerd en verbeten kon vragen hoe zijn schoonmoeder dan gvd wel heette zei ik: “Maar ik moet nu echt weg, dank u wel voor de uitleg, heel interessant, dank u”, en zonder reactie af te wachten draaide ik me om en snelde de trap af. Beneden wierp ik snel een blik in de huiskamer en zag daar een vrouw, voor zich uit starend aan de eettafel zitten.

This Post Has One Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.